Op donderdag 31 januari vond een gesprek plaats tussen onderzoekers en programmaleiding van Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945-1950 en een afvaardiging van de ondertekenaars van een open brief. In deze brief, opgesteld door Jeffry Pondaag en Francisca Pattipilohy en in november 2017 gericht aan de regering, worden bezwaren tegen het onderzoek naar voren gebracht. Zo betwisten de opstellers van de brief de onafhankelijkheid van het onderzoek en verwijten zij de drie betrokken instituten een eenzijdige benadering. Gedurende de tweeënhalf uur durende bijeenkomst op het NIOD werden de belangrijkste bezwaren tegen de opzet van het onderzoek besproken.

De registratie van de bijeenkomst is te bekijken op Vimeo of op YouTube.

De volgende ondertekenaars van de open brief waren aanwezig:

Yance Arizona, Armando Ello, Patty Gomes, Arthur Graaff, Perez Jong Loy, Sasha Mahe,Ethan Mark, Rogier Meijerink, Lara Nuberg, Marjolein van Pagee, Francisca Pattipilohy, Jeffry Pondaag, Hadi Purnama, Michael van Zeijl

Namens het onderzoeksprogramma namen deel aan het gesprek: 

Esther Captain, KITLV; Ireen Hoogenboom, KITLV; Rémy Limpach, NIMH; Gert Oostindie, KITLV; Peter Romijn, NIOD; Ben Schoenmaker, NIMH; Fridus Steijlen, KITLV; Marjon van der Veen, NIOD; Frank van Vree, NIOD; Mariëtte Wolf, NIOD

Vanwege de tijdsdruk is ten aanzien van enkele vragen afgesproken dat het programma deze schriftelijk zal beantwoorden. De betreffende vragen en antwoorden zijn hieronder na te lezen.

1. Vraag Jeffry Pondaag: “Wat is het budget voor de Indonesische onderzoeksgroep?”

Het budget gaat uit van de aanstelling van vier gepromoveerde onderzoekers voor drie jaar, overeenkomstig Indonesische inschalingsnormen. UGM heeft besloten een groter team samen te stellen en ook mede te financieren, met meer parttime onderzoekers. Alle bijkomende onkosten, zoals reiskosten naar Nederland, studiebeurzen en workshops, worden gefinancierd uit het algemene budget van het onderzoeksprogramma.

2. Vraag Lara Nuberg: “Wat voor soort bronnen gebruiken de Indonesische onderzoekers?”

De bronnen die door de Indonesische onderzoekers worden geraadpleegd bestaan vooral uit Indonesische archieven, literatuur, film en oral history (interviews). Alle beschikbare bronnen worden door de onderzoekers zoveel mogelijk gedeeld en uitgewisseld. De onderzoekers van de projecten Regionale Studies en Geweld, bersiap, berdaulat werken samen met het Indonesische onderzoeksproject. Door gezamenlijk workshops te organiseren kunnen de projectteams elkaar informeren, hun bronnen, perspectieven en ideeën uitwisselen en discussiëren over het gebruik van deze bronnen, de historiografie en de terminologie.

De projectgroep Regionale studies en het Indonesische project zullen een gezamenlijke artikelenbundel publiceren. Deze bundel zal worden uitgebracht in het Indonesisch, Engels en Nederlands. Het Indonesische project zal afzonderlijk eveneens een artikelenbundel uitbrengen, die we ook willen laten vertalen.

3. Vragen Annemarie Toebosch:

a. “Waar is het kolonialisme in het programma?”

De focus van het onderzoeksprogramma ligt op de periode 1945-1949, de jaren waarin Nederland trachtte het gezag over Indonesië terug te krijgen, nadat het op 17 augustus 1945 zijn onafhankelijkheid had geproclameerd. Hierbij wordt de context van de koloniale overheersing tijdens de voorafgaande eeuwen ten volle in acht genomen, een context die ook uitgebreid is bestudeerd door veel van de onderzoekers die aan het programma deelnemen. Het streven is een geschiedschrijving die aan verschillende perspectieven recht doet en de periode 1945-1950 binnen de koloniale context beziet.

b. “Verbindt het NIOD zijn naam aan een onderzoek dat van meet af aan een cultuurrelativistische visie heeft op mensenrechtenschendingen?"

Het programma neemt geen cultuurrelativistisch standpunt in. Niemand van de onderzoeksgroep zou een dergelijke benadering verdedigen. Als deze vraag verwijst naar het streven naar “multi-perspectiviteit” of ”meerstemmigheid”, dan willen we benadrukken dat een dergelijke benadering ons in staat stelt de dynamiek van de gebeurtenissen te begrijpen – zoals Saul Friedlander ook bepleit – en niet om verantwoordelijkheid en onrecht onbesproken te laten. Het onderzoeksprogramma streeft dus niet naar het nivelleren of het ontkennen van mensenrechtenschendingen. Wij vinden het ongepast in dit kader wijlen Evelien Gans aan te voeren, met wie veel onderzoekers jarenlang nauw hebben samengewerkt.

c. “Ik vraag het NIOD … alle belangrijke documentatie rond de rechtszaken tegen de Nederlandse staat in het onderzoek te betrekken”

Onze onderzoekers raadplegen alle mogelijke relevante archieven, inclusief deze rechtszaken en – nog belangrijker – de onderliggende documentatie. We zijn dan ook blij dat de Stichting Comité Nederlandse Ereschulden ons heeft toegezegd dat wij deze documenten mogen inzien.

d. "Een andere vraag die ik voor het NIOD heb is dat jullie je hard maken voor een onafhankelijke samenvatting van de conclusies van het onderzoek.”

Ten eerste zal het onderzoek resulteren in een aantal monografieën en artikelenbundels, geschreven door Nederlandse, Indonesische en overige internationale wetenschappers. We zijn daarnaast van plan twee samenvattende studies uit te brengen: een compendium en een artikelenbundel. Over de precieze vorm daarvan denken we nog na.

Ten tweede is dit een onafhankelijk onderzoeksprogramma, dat voldoet aan de eisen van wetenschappelijk onderzoek van de KNAW en dat wordt begeleid door een internationale wetenschappelijke adviescommissie die alle publicaties zal begeleiden om de kwaliteit en de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen.

4. Onderzoeksvragen Michael van Zeijl:

In de tekst ‘Indië verloren rampspoed verloren’, die Michael van Zeijl tijdens het rondetafelgesprek heeft uitgesproken, stelt hij meerdere onderzoeksvragen voor over de economische kant van het kolonialisme. Tijdens het gesprek werd aangegeven dat dit belangrijke vragen zijn waarvan het merendeel in het onderzoek aan de orde komt.

05-02-2019