Door Anne-Lot Hoek

Op 10 november wordt in Indonesië Hari Pahlawan, ofwel ‘Heldendag’ gevierd. De Indonesische historicus Bambang Purwanto (Universitas Gadja Madah, Yogjakarta) die afgelopen weken in Nederland verbleef, hield op die dag een minicollege Indonesische historiografie voor de onderzoekers van de programmaonderdelen regiostudies en Bersiap op het Kitlv in Leiden. Purwanto, coördinator aan Indonesische kant van het onderzoek Dekolonisatie, geweld en oorlog vierde 10 november als kind op school met zijn klasgenoten en thuis met zijn familie als de dag waarop de Slag om Soerabaja wordt herdacht; een belangrijke gebeurtenis in de verdediging van de onafhankelijkheid van Indonesië. Purwanto ging er net als zijn klasgenoten vanuit dat deze strijd destijds tegen de Nederlanders was gevoerd, de kolonisator. Brigadier Mallaby, die tijdens de gevechten werd omgebracht, was in zijn beleving dan ook een Nederlander. Pas veel later in zijn leven ontdekte Purwanto dat Mallaby geen Nederlander was, maar een Brit. En dat de roemruchte strijd om Soerabaja in 1945 niet tegen de Nederlanders, maar tegen de Britten werd gevoerd.

De keuze voor die jaarlijkse herdenking als ijkpunt van de onafhankelijkheidsstrijd vormt een veelzeggend ingrediënt van het Indonesische nationale narratief. “Als je het hebt over ‘dekolonisatie,’ wat bedoel je dan precies?” poneert Purwanto tijdens de samenkomst met de Nederlandse onderzoekers. “Dekolonisatie van wie? De Britten, de Australiërs en de Japanners speelden ook een rol.” Op subtiele wijze laat Purwanto de Nederlandse onderzoekers hiermee inzien, dat ze zichzelf een niet al te belangrijke positie moeten toedichten in het dekolonisatieproces van Indonesië: er waren ook anderen. En dat is niet het enige discussiepunt tussen Nederlandse en Indonesische onderzoekers rondom het begrip ‘dekolonisatie.’ Het gevoeligste punt is uiteraard de datum van 17 augustus 1945, de dag waarop Indonesië volgens het eigen narratief onafhankelijk werd. “Vanuit Indonesisch perspectief was er geen dekolonisatie.” In Nederland geldt de datum van 27 december 1949, de dag waarop Nederland de soevereiniteit overdroeg, als de dag van Indonesische onafhankelijkheid. Bedoelt Nederland met de term ‘dekolonisatie’ dan niet impliciet de herschrijving van het Indonesische narratief? zo vroegen sommige Indonesische critici zich recent af. “Veel mensen willen niet dat het narratief wordt aangepast” aldus Purwanto. Hij heeft daar begrip voor, net als dat hij begrip heeft voor de Nederlandse regering die haar narratief ook niet gemakkelijk wil aanpassen. Het zou immers betekenen dat veteranen voor niets een smerige oorlog zijn ingestuurd, omdat Indonesië bij nader inzien toch al vrij was voordat ze goed en wel in de archipel waren geland.

Voor Purwanto is het begrip ‘dekolonsatie’ geen probleem, stelt hij, “zolang we de betekenis ervan maar goed met elkaar bespreken.” Het is in zijn beleving vooral belangrijk om te begrijpen wáarom er oorlog ontstond, om achter de gebeurtenissen te kijken, een vraag die je zijns inziens niet alleen vanuit de periode 1945-1949 kan onderzoeken. Purwanto benadrukt het belang van persoonlijke perspectieven: zo noemt hij als belangrijkste historiografische werk over deze periode het dagboek van de Indonesische vrijheidsstrijder Simatupang.

Purwanto ziet het als zijn persoonlijke missie om deze twee perspectieven met elkaar in verbinding te stellen. Hoe schrijf je een gezamenlijke geschiedenis? Wil men aan beiden kanten het nationale narratief wel écht uitdagen? Purwanto heeft als uitdager van het nationale narratief, zowel in Nederland als in Indonesië een moeilijke positie, zo stelt hij. Hij begrijpt iedereen, maar daagt tegelijkertijd ook iedereen uit, en dat levert hem niet altijd waardering op. “Het gaat erom dat we deze discussie met elkaar voeren, en dat we die met elkaar blijven voeren, en meer gaan begrijpen van elkaar, dat is mijn voornaamste doel.”