In het onderzoek naar de bersiap wordt ernaar gestreefd een omvattend beeld te geven van het geweld tegen de (Indo-)Europese burgerbevolking en andere etnische groepen door Indonesische (strijd)groepen, uitdrukkelijk geplaatst in de bredere context van de politiek-militaire situatie die ontstond na de Japanse capitulatie. Het is van belang de relatie te onderzoeken tussen de bersiap en de berdaulat, de gelijktijdige periode van onderling Indonesisch geweld, gevat in het grotere kader van de vestiging van het gezag van de Republiek Indonesië. Niet alleen de bekende ‘kernperiode’ (eind 1945-begin 1946) zal worden onderzocht, maar ook enkele latere perioden van vergelijkbaar geweld in verschillende delen van de archipel. De onderzoekers streven naar een grondig en ook kwantificerend onderzoek, met aandacht voor slachtoffers, daders en de organisatie van het geweld. Tevens zullen de mogelijke gevolgen van dit geweld nog tijdens de dekolonisatieoorlog en de latere herinnering eraan onderdeel uitmaken van het onderzoek.

Dit project wordt uitgevoerd door: Esther Captain, Onno Sinke en Ireen Hoogenboom